Osteopathie

Een van de uitgangspunten van de osteopathie is dat het menselijk lichaam een zelfregulerend systeem is. Dit houdt in dat het lichaam, onder de juiste omstandigheden, zichzelf geneest. Wanneer dit zelfherstellend vermogen niet meer in staat is om het lichaam in evenwicht te houden ontstaan er klachten. Osteopathie helpt het lichaam bij het creëren van de juiste omstandigheden voor dit zelfherstellend vermogen.

Osteopathie is een manuele behandelmethode, waarbij de mens gezien wordt als één geheel. Binnen de osteopathie wordt dus niet alleen gekeken naar de plaats waar de klachten zich uiten, maar wordt het hele lichaam onderzocht om te komen tot de oorzaak van de klachten.
De osteopaat onderzoekt met zijn handen de lichaamsstructuren op beweeglijkheid. Iedere lichaamsstructuur heeft namelijk een bepaalde beweeglijkheid en deze beweeglijkheid is weer belangrijk voor het goed uitvoeren van de functie van deze structuur. Verliest een lichaamsstructuur zijn beweeglijkheid, dan kan het zijn functie ook niet meer naar behoren uitvoeren, wat uiteindelijk kan leiden tot klachten.
De beweeglijkheid van de gewrichten en spieren is natuurlijk erg duidelijk, maar ook de interne organen hebben een bepaalde beweeglijkheid, onder andere ten gevolge van de ademhaling. Tevens hebben ook de schedelbotten, hersenvliezen enz. een bepaalde mate van beweeglijkheid. Om deze beweeglijkheid mogelijk te maken is de aanvoer van voedingsstoffen en de afvoer van afvalstoffen via het bloed, hersenvocht, lymfe enz. erg belangrijk. Maar ook andersom, is de beweeglijkheid belangrijk voor de aan- en afvoer van voedings- en afvalstoffen. Wanneer er een probleem ontstaat met de aan- en afvoer van deze stoffen, dan heeft dit een nadelige invloed op de beweeglijkheid en dus de functie van de structuren, als ook op het zelfherstellend vermogen van het lichaam.

Binnen het osteopathisch concept wordt het menselijk lichaam bekeken vanuit 3 systemen:

  • Het pariëtale systeem: dit bestaat uit het bewegingsapparaat welke gevormd wordt door onder andere botten, spieren, pezen, gewrichten enz.
  • Het viscerale systeem: dit bestaat uit de interne organen.
  • Het craniosacrale systeem: dit bestaat uit de schedel en de wervelkolom met daarin het hersenvocht, de hersenvliezen en het centraal zenuwstelsel.

Deze drie systemen zijn onderling met elkaar verbonden en hebben allen invloed op elkaar. Één van de manieren waarop deze systemen met elkaar verbonden zijn, is via bindweefselstructuren (fasciën). Alle lichaamsstructuren zijn namelijk via fasciën met elkaar verbonden. Hierdoor hoeft de oorzaak van de klachten zich niet te bevinden op de locatie waar de klachten zich uiten.
Wanneer bijvoorbeeld de dikke darm een verminderde beweeglijkheid heeft, zou dit klachten kunnen geven in het bekken, waarmee het relatief direct verbonden is, maar ook in andere delen van het lichaam, zoals de nek, benen enzovoorts. Een ander voorbeeld is dat klachten ter hoogte van het heiligbeen via de hersenvliezen, die hier aanhechting op hebben, veroorzaakt zouden kunnen worden door een verminderde beweeglijkheid van de schedelbotten. De osteopathische behandeling hoeft dan ook niet plaats te vinden op de locatie waarbij de klachten zich uiten, en zal zich in deze voorbeelden dan ook toespitsen op de dikke darm en de schedel.
Tijdens de behandeling worden uitsluitend de handen gebruikt om door middel van directe en indirecte technieken de beweeglijkheid van de desbetreffende lichaamsstructuren te herstellen.